Vragen en antwoorden over het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed - versie 18/10/2006 3
1. Wat is speelgoed ?
Ieder product of deel hiervan dat ontworpen of kennelijk bestemd is om door kinderen onder de
leeftijd van veertien jaar bij het spelen gebruikt te worden. De hieronder vermelde producten worden
niet als speelgoed in de zin van het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
aangemerkt.
1. Kerstversiering
2. Schaalmodellen voor volwassen verzamelaars
3. Uitrusting bestemd voor collectief gebruik op speelterreinen
4. Sportuitrusting
5. Watersportuitrusting voor gebruik in diep water
6. Folkloristische en sierpoppen en andere soortgelijke artikelen voor volwassen verzamelaars
7. « Professioneel » speelgoed opgesteld in openbare gelegenheden (grootwinkelbedrijven, stations,
enz.)
8. Puzzels met meer dan 500 stukjes of zonder voorbeeld voor hobbyisten
9. Luchtdrukwapens
10. Vuurwerk met inbegrip van slaghoedjes (met uitzondering van slaghoedjes die speciaal zijn
ontworpen voor speelgoed).
11. Slingers (werptuigen) en katapulten
12. Spellen met werppijltjes met metalen punten
13. Elektrische fornuisjes, strijkijzertjes en dergelijke functionele artikelen, gevoed met een nominale
spanning van meer dan 24 volt
14. Artikelen met een verwarmingsoppervlak die in pedagogisch verband onder leiding van een
volwassene moeten worden gebruikt
15. Voertuigjes met verbrandingsmotor
16. Speelgoedstoommachines
17. Sport-en toerfietsen
18. Videospellen, met een voeding van nominaal meer dan 24 volt, die verbonden kunnen worden met
een videobeeldscherm
19. Fopspenen
20. Natuurgetrouwe imitaties van echte vuurwapens
21. Namaakjuwelen voor kinderen
2. Wat is een veilig speelgoed?
Veilig speelgoed moet voldoen aan de fundamentele veiligheidsvoorschriften vermeld in bijlage II van
het besluit van 4 maart 2002. Daarnaast mag het speelgoed ook niet de veiligheid en/of gezondheid
van de gebruikers of derden in gevaar brengen wanneer het gebruikt wordt overeenkomstig de
bestemming ervan of op een wijze die gezien het gebruikelijke gedrag van kinderen te verwachten is.
3. Moet de CE-markering verplicht op het speelgoed aangebracht worden ?
De CE-markering is verplicht op speelgoed. Hiermee verklaart de fabrikant dat het speelgoed
beantwoordt aan de fundamentele veiligheidsvoorschriften. Speelgoed dat voldoet aan de
fundamentele veiligheidsvoorschriften moet, vooraleer het in de handel wordt gebracht, door de
producent voorzien worden van de CE-markering.
Indien het speelgoed met betrekking tot bepaalde aspecten onder andere reglementeringen valt die
eveneens voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, geeft de producent door het plaatsen van
deze markering aan dat het speelgoed ook aan de voorschriften van deze andere reglementeringen
voldoet.
Vragen en antwoorden over het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
versie 18/10/2006 4
Speelgoed dat niet of slechts gedeeltelijk overeenstemt met de normen NBN EN 71 mag niettemin van
de CE-markering worden voorzien op voorwaarde dat een model ervan het voorwerp is geweest van
een EG-typeonderzoek en door de erkende instantie goedgekeurd werd.
4. Waar en hoe moeten CE-markering, naam en adres van de producent aangebracht worden ?
De CE-markering, de naam en/of de firmanaam en/of het merkteken en het adres van de producent
worden zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het speelgoed of de verpakking.
Bij speelgoed van klein formaat en speelgoed dat bestaat uit onderdelen van klein formaat mogen de
gegevens bedoeld in het eerste lid op dezelfde wijze worden aangebracht op de verpakking, op een
etiket of op een bijgesloten mededeling.
Indien deze gegevens niet op het speelgoed zijn aangebracht, moet de consument erop worden
gewezen dat het nuttig is deze te bewaren.
5. Wat verstaat men onder adres van de producent ?
De door de Belgische overheid vereiste gegevens zijn:
- firmanaam
- straat en nummer (of postbus en nummer)
- postcode
- stad
- land
Ze hebben tot doel de fabrikant snel te kunnen contacteren, dit zowel door de consument als door de
overheid.
Van de vereiste gegevens kan worden afgeweken indien de producent een document kan voorleggen
opgesteld door een bevoegde overheid van zijn lidstaat, waarin verklaard wordt dat de gegevens die hij
vermeldt voor die lidstaat volstaan.
6. Mag men afkortingen gebruiken voor het adres ?
Afkortingen mogen gebruikt worden op voorwaarde dat de woorden identificeerbaar blijven.
Bv. : NV voor naamloze vennootschap
7. In welke taal moeten de aanwijzingen, waarschuwingen en gebruisaanwijzing opgesteld
zijn?
De aanwijzingen, waarschuwingen en gebruiksaanwijzingen moeten tenminste opgesteld zijn in de
taal of de talen van het taalgebied waar het speelgoed in de handel wordt gebracht. De voorschriften
mogen ook de vorm van verstaanbare pictogrammen aannemen.
Indien de aanwijzingen geen enkele invloed hebben op de veiligheid is het niet nodig om ze te vertalen
krachtens de veiligheidsreglementen.
Voorbeeld: indien op de verpakking van een pop “red hair” staat, is het niet nodig om het door “rood
haar” te vertalen.
Voor speelgoed die een doelgroep heeft in een welbepaalde taal, kunnen de instructies en
waarschuwingen in de taal van deze doelgroep opgesteld worden.
Voorbeeld: gezelschapsspelen, een pop die Nederlands spreekt,…
8. Wat is een EG-typeonderzoek ?
Het is de procedure waarbij een erkende instantie vaststelt en bevestigt dat het model van een
speelgoed voldoet aan de fundamentele veiligheidsvoorschriften vooraleer het op de markt wordt
gebracht.
Vragen en antwoorden over het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
versie 18/10/2006 5
De erkende instantie onderzoekt de door de aanvrager voorgelegde documenten en gaat na of deze in
orde zijn. Zij gaat na of het speelgoed geen gevaar oplevert voor de veiligheid en/of gezondheid en
voert de gepaste onderzoeken en proeven uit en past zoveel mogelijk de normen inzake veiligheid van
speelgoed toe om na te gaan of het model aan de fundamenteleveiligheidsvereisten beantwoordt. Zij
kan om bijkomende exemplaren van het model verzoeken.
9. Welk is het verschil tussen een EG-typeverklaring en een testverslag ?
Een EG-typeverklaring moet opgesteld worden door een erkende instantie terwijl een testverslag door
eender welk laboratorium kan opgesteld worden.
Speelgoed dat niet beantwoordt aan de normen EN 71 moet het voorwerp uitmaken van een EGtypeverklaring
opgemaakt door een erkende instantie vooraleer het op de markt kan gebracht worden
en de CE-markering kan dragen. Daarentegen mag eender welk bekwaam laboratorium een testverslag
opstellen waarin wordt aangetoond dat het speelgoed conform de normen betreffende de veiligheid
van speelgoed is.
10. Welke problemen ondervindt men met een testverslag of EG typeverklaring ?
Meestal is het onmogelijk de verklaring/het attest aan het product te koppelen. De volledige naam of
de referte en de naam van het model moet vermeld zijn. Het is best dat het verslag een foto van het
product bevat (of althans een beschrijving van het product).
11. Moet er een waarschuwing staan op speelgoed dat niet bestemd is voor kinderen beneden de
36 maanden ?
Op speelgoed dat gevaarlijk kan zijn voor kinderen beneden de 36 maanden, wordt een waarschuwing
vermeld als « Niet geschikt voor kinderen beneden de 36 maanden “of ” niet geschikt voor kinderen
beneden de drie jaar », alsmede een korte vermelding - die ook in de gebruiksaanwijzing mag
voorkomen - van de specifieke gevaren waardoor deze uitsluiting wordt gemotiveerd.
Deze bepaling is evenwel niet van toepassing op speelgoed waarvan, gezien de functie, afmetingen,
kenmerken of andere in het oog lopende eigenschappen of onderdelen, het duidelijk is dat het niet
bestemd is voor kinderen beneden de 36 maanden.
Indien daarentegen het speelgoed duidelijk bestemd is voor kinderen beneden de 36 maanden is de
waarschuwing zinloos, daar dergelijke specifieke gevaren niet mogen optreden.
12. Zijn pluchen altijd bestemd voor kinderen beneden de 36 maanden ?
Ja, speelgoed van eenvoudig ontwerp met zachte vulling bedoeld voor het vasthouden en knuffelen,
wordt altijd beschouwd als speelgoed voor kinderen jonger dan 36 maanden. Bijgevolg moeten
pluchen en de componenten en onderdelen daarvan die zouden kunnen loskomen voldoende groot zijn
om niet ingeslikt en/of ingeademd te worden.
13. Mag speelgoed bestemd voor kinderen jonger dan 36 maanden de volgende waarschuwing
dragen “niet geschikt voor kinderen beneden de 3 jaar”?
Het is niet strikt verboden, maar indien deze waarschuwing terecht is aangebracht, betekent dit dat het
speelgoed gevaarlijk is voor de leeftijdscategorie tot 36 maanden, terwijl dit speelgoed juist bestemd is
voor deze leeftijdscategorie. Het voldoet bijgevolg niet aan de essentiële eisen van het KB speelgoed.
De aanwezigheid van een dergelijke waarschuwing vormt alleszins een vermoeden van nonconformiteit
en zal voor de controlerende overheid de aanleiding zijn om de producten te onderzoeken.
Dit standpunt wordt eveneens vermeld in annex C, punt C35 van de norm EN 71-1.
Vragen en antwoorden over het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
versie 18/10/2006 6
14. Moet de waarschuwing “niet bestemd voor kinderen beneden de 36 maanden” of een
pictogram gebruikt worden ?
De reglementering betreffende veiligheid van speelgoed bepaalt dat de waarschuwing moet gebruikt
worden terwijl de norm EN 71-6 bepaalt dat deze kan vervangen worden door het symbool maar in
beide gevallen moeten de risico’s die de uitsluiting motiveren, vermeld worden.
15. Mag een aanwijzing in verband met de gebruiksleeftijd vermeld worden ?
Ja, maar deze aanwijzing mag niet in strijd zijn met een veiligheidswaarschuwing.
Voorbeeld: de combinatie van de aanwijzing “1+” en de aanwijzing “niet geschikt voor kinderen
beneden de 36 maanden” is in principe niet toegestaan. Indien deze combinatie is aangebracht betekent
dit dat dit product gevaarlijk zou zijn voor de leeftijdscategorie tot 36 maanden, terwijl dit product
bestemd is voor deze leeftijdscategorie.
16. Welke zijn de Belgische normen die de Europese geharmoniseerde normen inzake speelgoed
omzetten ?
Het zijn de normen NBN EN 71 betreffende de veiligheid van speelgoed en de norm NBN EN 50088
betreffende de veiligheid van elektrisch speelgoed.
17. Waar vindt men normen betreffende de veiligheid van speelgoed ?
De normen kunnen gekocht of geraadpleegd worden bij het Belgisch Instituut voor Normalisatie:
Belgisch Instituut voor Normalisatie
Brabançonnelaan 29, 1000 Brussel
Tel.: 02/738.01.11 – website : www.bin.be
18. Moet speelgoed de NBN EN 71-normen volgen?
Neen, maar speelgoed dat geheel overeenstemt met een nationale norm van een lidstaat van de
Europese Unie, die een omzetting is van een geharmoniseerde norm (de norm EN 71 in dit geval),
waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is gepubliceerd, wordt verondersteld
te voldoen aan de bepalingen van het besluit over speelgoed.
Speelgoed dat niet of slechts gedeeltelijk overeenstemt met de bovenvermelde normen mag niettemin
van de CE-markering worden voorzien op voorwaarde dat een model ervan het voorwerp is geweest
van een EG-typeonderzoek en door de erkende instantie goedgekeurd werd (zie onze lijst met erkende
instanties).
19. Moet de indeling van een product als speelgoed of geen speelgoed door de douane
(douanecode) in overweging worden genomen in de zin van het besluit over speelgoed ?
Neen, de indeling door de douane kan verschillen van de indeling als speelgoed in de zin van het
besluit van 4 maart 2002.
Voorbeeld 1: een product ingedeeld als textiel door de douane kan een speelgoed zijn in de zin van het
besluit over speelgoed.
Voorbeeld 2: een product ingedeeld als speelgoed door de douane kan mogelijk geen speelgoed zijn
(een verzamelstuk).
Vragen en antwoorden over het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
versie 18/10/2006 7
20. Welke informatie moet de producent ter beschikking van de controle-instanties houden ?
Voor speelgoed dat geheel overeenstemt met de geharmoniseerde normen ter zake moet de producent
van het speelgoed volgende informatie ter beschikking houden met het oog op controles:
- een beschrijving van de middelen waarbij hij de overeenstemming verzekert van het
product met de in artikel 4 bedoelde normen inzake veiligheid van speelgoed;
- het adres van vervaardiging en opslag;
- uitvoerige gegevens betreffende ontwerp en vervaardiging.
Voor speelgoed dat niet of gedeeltelijk overeenstemt met de geharmoniseerde normen ter zake moet
de producent volgende informatie ter beschikking houden met het oog op controles:
1° een uitvoerige beschrijving van de vervaardiging;
2° een beschrijving van de middelen waarmee hij ervoor zorgt dat het product met het
goedgekeurde model overeenstemt;
3° het adres van de plaatsen van vervaardiging en opslag;
4° afschriften van de documenten die de producent aan de erkende instantie heeft voorgelegd
voor het EG-typeonderzoek;
5° het keuringscertificaat van het EG-typeonderzoek of een gewaarmerkt afschrift ervan.
21. Zijn gezelschapsspellen speelgoed ?
Indien het gezelschapspel bestemd is voor kinderen beneden de 14 jaar is het speelgoed en moet het
voorzien zijn van de CE-markering.
Bij gezelschapsspellen beschouwt men dat het omhulsel of de doos deel uitmaken van het speelgoed
en dus moet de vermelding waarbij gevraagd wordt de verpakking te bewaren, niet aanwezig zijn.
Dit geldt eveneens voor kaartspelen.
22. Is een step een speelgoed ?
Ja. Voor verdere inlichtingen over steps gelieve onze veiligheidsgids n° 3 betreffende steps te
raadplegen.
23. Zijn puzzels van meer dan 500 stukken speelgoed?
Neen, puzzels van meer dan 500 stukken worden uitgesloten van de speelgoedreglementering (zie
vraag 1). Ze moeten dus niet voorzien zijn van de CE-markering maar moeten wel voldoen aan de
veiligheidsvoorschriften van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en
diensten.
23. Moeten glijbanen, schommels, ringen, trapezes, touwen en soortgelijk speelgoed, bevestigd
aan een balk, van instructies voorzien zijn?
Ja, dit speelgoed dient, indien bestemd voor gebruik thuis, te zijn voorzien van een
gebruiksaanwijzing, waarin de aandacht wordt gevestigd op de noodzaak van periodieke controles en
onderhoud van de belangrijkste delen (ophangingsmiddelen, haken, bevestiging op de grond enz.) en
waarin wordt aangegeven dat bij het nalaten van deze controles er gevaar voor vallen van de kinderen
of omvallen van de toestellen ontstaat.
Vragen en antwoorden over het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
versie 18/10/2006 8
Tevens moeten aanwijzingen worden gegeven betreffende de correcte montage, met vermelding van
de onderdelen die bij verkeerde montage gevaren kunnen opleveren.
24. Wat verstaat men onder functioneel speelgoed?
Onder functioneel speelgoed wordt verstaan speelgoed dat dezelfde functie heeft als apparaten of
installaties die bestemd zijn voor volwassenen, waarvan het vaak een verkleind model is.
Bijvoorbeeld: een koffiezetapparaat dat werkelijk kan koffie maken is een functioneel speelgoed.
25. Moet functioneel speelgoed van een waarschuwing voorzien zijn?
Ja, op functioneel speelgoed of de verpakking dient te zijn vermeld « Voorzichtig! Te gebruiken onder
toezicht van volwassenen. », behoudens als er geen risico is.
Bij dit speelgoed dient bovendien een gebruiksaanwijzing te worden geleverd, met instructies
inzake de bediening en de door de gebruiker in acht te nemen voorzorgsmaatregelen. Ook
wordt aangegeven dat veronachtzaming van deze voorzorgsmaatregelen leidt tot nader aan te
geven gevaren eigen aan het apparaat of het product, waarvan het een verkleind model of een
imitatie vormt. Er wordt tevens aangegeven dat het speelgoed buiten het bereik van zeer jonge
kinderen moet worden gehouden.
26. Wat verstaat men onder chemisch speelgoed?
Als chemisch speelgoed worden met name beschouwd: dozen voor chemische proeven, dozen voor
plasticinsluiting, miniatuurateliers voor keramiek- en emailbewerking, fotografie en soortgelijk
speelgoed.
27. Moet chemisch speelgoed van een waarschuwing voorzien zijn?
Onverminderd de toepassing van andere reglementaire bepalingen betreffende de indeling, verpakking
en etikettering van gevaarlijke stoffen en preparaten, wordt op de gebruiksaanwijzing van het
speelgoed dat deze stoffen of preparaten als zodanig bevat, de gevaarlijke aard ervan vermeld, alsmede
de voorzorgsmaatregelen die de gebruiker in acht moet nemen om de desbetreffende gevaren te
vermijden, die al naargelang van het type speelgoed kort nader moeten worden aangeduid. Tevens
moet worden aangegeven welke eerste hulp moet worden geboden bij ernstige ongevallen die het
gevolg zijn van het gebruik van dit soort speelgoed en dat dit speelgoed buiten het bereik van zeer
jonge kinderen moet worden gehouden, t.t.z. kinderen beneden de 36 maanden.
Daarnaast dient chemisch speelgoed op de verpakking voorzien te zijn van het opschrift:
« Voorzichtig! Uitsluitend voor kinderen ouder dan ... jaar (leeftijd door de fabrikant te bepalen). Te
gebruiken onder toezicht van volwassenen. ».
28. Bestaat er een reglementering voor schaatsplanken en rolschaatsen ?
Ja, de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten die bepaalt dat de
producent de consument moet waarschuwen over de risico’s eigen aan een product (art. 7). In bepaalde
gevallen kan het om speelgoed gaan en is de meer specifieke reglementering betreffende veiligheid
van speelgoed dus van toepassing. Indien deze producten als speelgoed ten verkoop worden
aangeboden, moeten zij voorzien zijn van het opschrift « Voorzichtig! Te gebruiken met
beschermingsuitrusting ».
Voorts wordt er in de gebruiksaanwijzing op gewezen dat men met dit speelgoed voorzichtig moet
omgaan, daar er grote handigheid voor vereist is om ongevallen door vallen of botsingen voor de
Vragen en antwoorden over het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
versie 18/10/2006 9
gebruiker en derden te voorkomen. Ook wordt aangegeven welke beschermingsuitrusting wordt
aangeraden (helm, handschoenen, kniestukken, elleboogstukken, enz.).
Beschermingsmiddelen moeten voldoen aan het koninklijk besluit betreffende de veiligheid van
persoonlijke beschermingsmiddelen.
29. Wat verstaat men onder speelgoed voor gebruik in water?
Speelgoedartikelen die bestemd zijn om in ondiep water te worden gebruikt en om het kind te dragen
of drijvende te houden op het water, moeten, gelet op het voorgestelde gebruik ervan, zodanig
ontworpen en vervaardigd zijn dat het gevaar voor verlies van het drijfvermogen van het speelgoed
alsmede van de steun die het aan het kind geeft, zo klein mogelijk is.
30. Moet speelgoed voor gebruik in water voorzien zijn van waarschuwingen?
Speelgoed voor gebruik in water moet voorzien zijn van de volgende waarschuwing :
« Voorzichtig! Alleen gebruiken in water waar kinderen kunnen staan en onder toezicht».
31. Zijn plastic juwelen die om te spelen gebruikt worden uit de reglementering uitgesloten?
Neen, het gaat hier om speelgoed.
Bijvoorbeeld: prinsessenjuwelen
32. Moeten ballonen voorzien zijn van waarschuwingen?
De verpakking van latex ballonnen moet voorzien zijn van volgende waarschuwing
“Waarschuwing. Voor kinderen jonger dan 8 jaar bestaat gevaar voor verstikking door niet opgeblazen
ballonnen of geknapte ballonnen Toezicht door volwassenen is vereist. Houdt niet opgeblazen
ballonnen buiten bereik van kinderen. Gooi kapotte ballonnen onmiddellijk weg.”
“Gemaakt van natuurlijk rubberlatex”
33. Zijn viltstiften en kleurpotloden speelgoed?
Ja, het wordt aanzien als speelgoed.
Alle voormelde reglementeringen zijn op aanvraag verkrijgbaar of binnenkort te raadplegen op onze
website (http://mineco.fgov.be).